VVPRbis en liquidatiereserve eindelijk goedgekeurd: dit verandert er vanaf 1 juli 2026
Winst in je vennootschap is mooi. Maar ‘t is nog mooier als die op je eigen rekening staat te blinken. Hoe je dat fiscaal het slimst doet? Da’s al langer duidelijk: via VVPRbis en liquidatiereserves. 💸
Wat een hele tijd minder duidelijk was? Hoe die twee manieren er precies gingen uitzien. Want jawel, al meer dan een jaar moesten we ‘t houden op ‘er zitten veranderingen aan te komen’. 15% of toch 18%? Een wachttermijn van drie of vijf jaar? Zolang ze in Brussel de knoop niet doorhakten, wist niemand hoe het écht zat. Tot nu (hallelujah 🙌).
Op 1 juni 2026 verscheen die nieuwe programmawet éindelijk in het Belgisch Staatsblad. Wat ze precies beslist hebben en wat dat voor je portemonnee betekent? We ploegden erdoor, zodat jij het niet hoeft te doen. Want geef toe: ain’t nobody got time for that.
“Deze blog is gebaseerd op de cijfers en wetgeving van 18/06/2026. Bij wijzigingen zorgen we voor een nieuwe, geüpdatete blog.”
TL;DR
✔ Vanaf 1 juli 2026 stijgen VVPRbis én de liquidatiereserve allebei naar 18%.
✔ VVPRbis: alleen het tarief verandert (15% wordt 18%), de wachttermijn van drie jaar blijft.
✔ Liquidatiereserve: de wachttermijn daalt van vijf naar drie jaar, maar de belastingdruk stijgt naar 18%.
✔ Voor de meeste ondernemers blijft VVPRbis de slimste keuze.
✔ Wie binnenkort stopt of geen recht heeft op VVPRbis, kiest beter voor de liquidatiereserve.
✔ Wil je nog uitkeren aan 15%? Doe dat dan voor 30 juni, daarna is het te laat.
Hoe zat dat weer met die VVPRbis en liquidatiereserve?
Want ook al hoorde je die twee al ergens waaien of pas je ze zelf al toe (good for you), je snapt die nieuwe wet toch nét iets beter als je eerst weet hoe het werkt.
VVPRbis: wacht 3 jaar, betaal de helft
Heb je een vennootschap opgericht na 1 juli 2013? Dan kan je na drie jaar dividenden uitkeren aan 15% roerende voorheffing, de helft van het standaardtarief van 30%. Die wachttermijn van drie jaar hoef je trouwens maar één keer te doorlopen. Daarna keer je elk jaar opnieuw uit aan dat verlaagde tarief, zonder in de wachtzaal te zitten.
Liquidatiereserve: betaal nu al 10%, hou straks meer over
Hier betaal je meteen 10% belasting op het bedrag dat je reserveert. Na vijf jaar (ja, da’s best lang) mag je dat bedrag uitkeren en betaal je nog eens 5% roerende voorheffing. Alles samen een belastingdruk van 13,64%. Da’s in theorie goedkoper dan VVPRbis, maar je moet het wél voorfinancieren én je geld zit langer vast. Je kan er dus niks anders mee doen.
👀 Nog meer details over die twee? In deze blog leggen we ‘t je in geuren en kleuren uit.
Wat verandert er vanaf 1 juli 2026?
Eind mei keurden ze daar in de Wetstraat éindelijk die nieuwe programmawet goed. Of zoals Erik Van Looy zou zeggen: ’t is gebeurd. Want jawel, we hebben er lang op moeten wachten. Wat er nu precies verandert? Deze drie dingen:
VVPRbis wordt duurder
Het tarief gaat omhoog van 15% naar 18% roerende voorheffing. De rest blijft gewoon hetzelfde. Je moet dus nog altijd eerst drie jaar wachten voor je mag uitkeren, maar je betaalt voortaan wel meer.
De liquidatiereserve krijgt een make-over
Het goeie nieuws: de wachttermijn daalt van vijf naar drie jaar. Da’s twee jaar minder wachten op je geld, hoera! 🎉 Het minder goeie nieuws: het tarief stijgt van 5% naar 9,8% roerende voorheffing bij uitkering. Samen met die 10% die je in ‘t begin betaalt, kom je zo op een totale belastingdruk van 18%.
Beide systemen worden 18%
Met andere woorden: waar die liquidatiereserve vroeger nog goedkoper was dan VVPRbis, komen beide systemen nu uit op 18%. En daarmee zijn ze, zoals aangekondigd, gelijkgetrokken. Alleen: is dat wel écht zo?
En wat betekent dat voor je portemonnee?
De twee systemen mogen dan wel gelijk zijn op papier, hou je op ‘t einde van de rit ook effectief evenveel over? Omdat ook wij daar stiekem wel benieuwd naar waren, namen we er even onze rekenmachine bij.
Een voorbeeld
Stel: Taylor heeft met haar vennootschap €10.000 winst overgehouden na vennootschapsbelasting en beslist om dat bedrag uit te keren aan zichzelf.
Kiest Taylor voor de liquidatiereserve en wacht ze drie jaar, dan betaalt haar vennootschap eerst €909 liquidatiebelasting. Er blijft dan €9.091 over. Bij de uitkering betaalt ze nog €891 roerende voorheffing, waardoor er uiteindelijk €8.200 netto op haar rekening belandt.
Kiest Taylor voor VVPRbis, dan betaalt ze geen voorafgaande liquidatiebelasting en blijft de volledige €10.000 beschikbaar. Bij de uitkering betaalt ze wel 18% roerende voorheffing, of €1.800. Ook hier houdt ze uiteindelijk €8.200 netto over.
De eindscore? Na drie jaar levert zowel VVPRbis als de liquidatiereserve Taylor exact hetzelfde nettobedrag op: €8.200.
Het verschil zit dus niet langer in hoeveel geld Taylor overhoudt, maar wel in de spelregels onderweg.
Je houdt dus inderdaad evenveel over. Maar voor ons is het duidelijk dat VVPRbis in de praktijk toch nog altijd wint. Waarom? Omdat je hier vooraf geen belasting betaalt en je geld dus in iets anders kunt investeren. En omdat je die wachttermijn maar één keer doorloopt.
Bij de liquidatiereserve begint de klok telkens opnieuw te lopen voor elk bedrag dat je reserveert. Da’s alsof je elke keer weer achteraan in de rij belandt, nét wanneer het aan jou is in de frituur. 🍟
Liquidatiereserve: is het nog de moeite?
Of zo’n liquidatiereserve dan nooit interessant is? Toch wel. In deze twee situaties zouden we ‘t wel nog aanraden.
Je komt niet in aanmerking voor VVPRbis
Heb je je vennootschap voor 2013 opgericht? Dan zit de kans erin dat je nooit van dit gunstregime kon meeprofiteren. Gevolg: liquidatiereserve is je enige optie.
Je denkt eraan om te stoppen
Ben je niet van plan om nog lang te ondernemen? Of wil je je huidige vennootschap binnenkort stopzetten? Dan kies je beter voor een liquidatiereserve. De reden is simpel: als je zo’n reserve uitkeert wanneer je je vennootschap stopzet, dan betaal je geen bijkomende roerende voorheffing. Da’s 10% in plaats van 18%. Niet slecht.
Wat als je nog wil uitkeren aan 15%?
Haast en spoed is zelden goed, tenzij ’t over die VVPRbis-regeling gaat. Want wie vóór 30 juni 2026 uitkeert, doet dat nog aan 15% in plaats van 18%. Er zijn alleen een paar voorwaarden:
✅ Je vennootschap moet in aanmerking komen voor VVPRbis
✅ De driejarige wachttermijn moet achter de rug zijn
✅ Je moet voldoende winst of reserves hebben.
Drie keer check? Dan kan je nog een dividend uitkeren aan het huidige tarief van 15%. Vanaf 1 juli is ‘t officieel gedaan.
Conclusie
Na al dat wachten, serieus wat wetswijzigingen én een nieuwe programmawet is ‘t eindelijk zo ver: VVPRbis en de liquidatiereserve landen allebei op 18% roerende voorheffing.
Toch blijft VVPRbis voor de meeste ondernemers nog altijd de slimste keuze: eenvoudiger, geen voorfinanciering en maar één wachttermijn van drie jaar. Ben je van plan om binnenkort te stoppen of heb je geen recht op VVPRbis? Dan is de liquidatiereserve wél interessant.
Benieuwd welke optie voor jou ‘t slimst is?
Stuur ons een WhatsApp’ke, dan pluizen wij het voor je uit. Wil je liever nog voor 30 juni meeprofiteren van die 15% in plaats van 18%? Dan heb je geen tijd te verliezen. Allez, waar is die smartphone als je ‘m nodig hebt?
Woordenschatlijst voor niet-boekhouders
-
Het officiële publicatieblad van de Belgische overheid. Nieuwe wetten treden pas officieel in werking na publicatie ervan.
-
De winst die een vennootschap uitkeert aan haar aandeelhouders. Op een dividend wordt roerende voorheffing ingehouden.
-
Een fiscaal voordeel dat onder bepaalde voorwaarden van toepassing is. VVPRbis is zo'n gunstregime: niet iedereen kan er gebruik van maken.
-
Een reserve die je in je vennootschap aanlegt. Je betaalt meteen 10% belasting, waarna je de reserve na een wachttermijn kunt uitkeren aan een verlaagd tarief roerende voorheffing.
-
Een wet die een pakket maatregelen over verschillende beleidsdomeinen bundelt. De programmawet van juni 2026 bevat de definitieve regels voor VVPRbis en de liquidatiereserve.
-
Een belasting op inkomsten uit roerende goederen, zoals dividenden. Het standaardtarief is 30%.
-
Een fiscaal regime voor kleine vennootschappen opgericht na 1 juli 2013, waarbij dividenden worden uitgekeerd aan een verlaagd tarief roerende voorheffing na een eenmalige wachttermijn van drie jaar.
-
De periode waarin je moet wachten voor je een dividend of liquidatiereserve kunt uitkeren aan een verlaagd tarief. Bij VVPRbis: drie jaar, eenmalig. Bij de liquidatiereserve: drie jaar per schijf die je reserveert.