VVPRbis of liquidatiereserve: hoe haal je in 2026 geld uit je vennootschap?
Yes, je vennootschap maakt winst! Tijd om dat eindelijk op je rekening te zien verschijnen. 💸
Maar voor je dat geld zomaar naar je privé haalt: check eerst even wat nu eigenlijk de slimste zet is. Ga je voor VVPRbis? Of kies je toch beter voor een liquidatiereserve? 🤔 Eén ding is zeker, je wil vooral vermijden dat een groot deel van je winst zomaar naar Vadertje Staat verdwijnt. En terecht.
Wat je nu het beste doet? Awel, in 2026 draait het nu eens niet om hoevéél belasting je betaalt, maar wel om wanneer je ’t geld eruit wil halen, hoeveel flexibiliteit je wil behouden én hoeveel risico je onderweg neemt.
“PS: Deze blog is gebaseerd op de cijfers en wetgeving van 15/05/2026. Bij wijzigingen zorgen we voor een nieuwe, geüpdatete blog.”
TL;DR
✔ Bij beide systemen betaal je straks wellicht 18% belasting op je dividenden. Wanneer precies is nog niet officieel.
✔ Het verschil zit niet in hoeveel je betaalt, maar in wanneer, hoeveel flexibiliteit je hebt én welk risico je loopt.
✔ VVPRbis: geen voorfinanciering, alles in één keer beschikbaar, weinig administratie en geen risico bij een verliesjaar.
✔ Liquidatiereserve: je betaalt meteen 10%, bouwt stelselmatig op en loopt risico als je vennootschap verlies maakt.
✔ VVPRbis is voor de meeste ondernemers de slimste én makkelijkste keuze.
✔ Stop je binnenkort met je vennootschap? Dan is liquidatiereserve wél interessant: bij stopzetting betaal je 10% i.p.v. 18%.
Wat verandert er in 2026?
Je had het misschien al horen waaien, maar de overheid is van plan om de twee meest gebruikte systemen om geld uit je vennootschap te halen dichter naar elkaar toe te trekken. En da’s goed nieuws!
Want of je nu kiest voor VVPRbis of voor een liquidatiereserve, bij een normale uitkering zou je in beide gevallen 18% belasting betalen.
Klinkt simpel? Awel, niet helemaal. 😅
Want dat tarief mag dan wel hetzelfde zijn, de systemen zelf zijn dat allesbehalve. De échte vraag is dus niet hoeveel belasting je betaalt, maar wanneer je die betaalt én hoeveel risico je onderweg neemt. En laat daar nu net een groot verschil zitten.
En wanneer gaat dat van start?
Goeie vraag, want vandaag betaal je bij VVPRbis nog altijd 15% (als je aan de voorwaarden voldoet). De exacte datum én het definitieve tarief? Da’s nog altijd niet in steen gebeiteld. Hou onze blog dus in de gaten!
Hoe werkt VVPRbis eigenlijk?
De lange uitleg* klinkt ingewikkelder dan het is. De korte uitleg? Voldoe je aan de voorwaarden* van VVPRbis, dan kan je na een wachttermijn dividenden uitkeren aan een verlaagd tarief van 18% in plaats van 30%.
En dat heeft zo z’n voordelen:
1️⃣ Geen voorfinanciering nodig
Je betaalt dus vooraf niks aan de fiscus. 🙌 Gevolg: de winst blijft in je vennootschap, vrij om te beleggen of te investeren. De belasting volgt pas op het moment dat je het geld uitkeert.
2️⃣ Je kan alles in één keer uitkeren
Is de wachttermijn voorbij? Dan kan je kiezen hoeveel van die opgebouwde winst je aan jezelf uitkeert. Alles, een deeltje, of helemaal niets.
3️⃣ Weinig administratie
Voldoe je bij de start aan de voorwaarden? Dan hoef je daarna eigenlijk niks meer te doen. Er is wel een aangifte roerende voorheffing nodig, maar die dienen wij gewoon voor je in. Zalig!
4️⃣ Geen risico bij een verliesjaar
Moeilijker jaar met je vennootschap? Geen zorgen. Aangezien je vooraf niks hebt betaald, ben je ook niks kwijt. Mooi meegenomen.
*Liever de lange uitleg? Daar schreven we al een apart artikel over.
En wat dan met die liquidatiereserve?
Tja, da’s een ander paar mouwen. Om je winst later aan een verlaagd tarief te mogen uitkeren, moet je eerst een deel ervan parkeren in een liquidatiereserve. En dat vraagt nét iets meer opvolging en discipline:
1️⃣ Je betaalt meteen 10% belasting
Jep, zodra je die reserve aanlegt, betaal je al 10% belasting. Nog voor je ook maar één euro privé ziet. 😬 Gevolg: dat geld kan je ondertussen niet meer beleggen of investeren.
2️⃣ Er komt elk jaar maar een stukje vrij
Elke reserve die je aanlegt, heeft een wachttermijn van 3 jaar, elk jaar opnieuw. Leg je dit jaar een reserve aan en volgend jaar ook? Dan heeft elke schijf z'n eigen klok. Heb je plots een grotere som nodig? Dan zit dat geld mogelijk nog vast. Niet bepaald flexibel dus.
3️⃣ Meer administratie
Telkens wanneer je beslist om een reserve aan te leggen, moet je dat verwerken in je boekhouding én meteen ook rapporteren in je fiscale aangifte. Er komt dus wel wat bij kijken.
4️⃣ Risico bij een verliesjaar
Maakt je vennootschap later verlies? Dan wordt dat verlies verrekend met je opgebouwde reserves. De 10% die je al hebt betaald, ben je definitief kwijt. Auwtch.
Kost het je ook écht evenveel?
Oké, ’t is duidelijk dat VVPRbis een stuk flexibeler én minder complex is. Maar die 18%, die blijft in beide gevallen wel hetzelfde, toch? Niet helemaal.
Bij een liquidatiereserve betaal je namelijk al 10% op het moment dat je de reserve aanlegt. Dat geld vloeit dus meteen naar de fiscus en kan je ondertussen niet meer beleggen, investeren of laten renderen in je vennootschap.
Bij VVPRbis betaal je pas belasting op het moment van de uitkering. Tot dan blijft die winst dus gewoon in je vennootschap staan, waar je ermee kunt doen wat je maar wil.
Met andere woorden: hoe langer dat geld in je vennootschap blijft renderen, hoe groter dat verschil. Gelijk tarief? Ja. Gelijke kost? Nope. 👀
| VVPRbis | Liquidatiereserve | |
|---|---|---|
| Voorfinanciering | Nee | Ja, 10% |
| Beschikbaarheid | Alles in één keer na de wachttermijn | Elk jaar een stukje, na 3 jaar |
| Risico bij verlies | Geen | Betaalde heffing ben je kwijt |
| Administratie | Minimaal | Elk jaar opnieuw |
| Voor wie? | Langere loopbaan, flexibiliteit | Wie binnenkort stopt |
Wanneer een liquidatiereserve wél interessant is
Je zou kunnen denken: dan kies ik toch gewoon voor VVPRbis. En ja, in de meeste gevallen is dat ook het beste plan. Maar er is één belangrijke uitzondering.
Weet je nu al dat je jouw vennootschap binnen enkele jaren definitief gaat stopzetten? Dan wordt zo’n liquidatiereserve plots wél interessant.
Bij een gewone dividenduitkering betaal je in beide systemen 18% belasting. Tenzij je stopt. In dat geval telt enkel de 10% die je betaalt bij het aanleggen van de reserve. Bij de vereffening betaal je namelijk geen extra roerende voorheffing meer. En geef toe, 10% in plaats van 18%? Da’s al eens de moeite om te overwegen.
Een liquidatiereserve kan dus interessant zijn als je:
✅ weet dat je je vennootschap binnenkort definitief gaat stopzetten;
✅ het geld de komende jaren privé niet nodig hebt;
✅ al een tijdje bezig bent en de reserves al deels hebt opgebouwd.
Ben je nog maar nét gestart of wil je nog lang ondernemen? Dan is VVPRbis in de meeste gevallen de slimste keuze.
Uitzonderingen: soms is ‘t géén keuze, maar de enige optie
Zijn je aandelen uitgegeven vóór 1 juli 2013? Of zijn je aandelen ondertussen overgedragen en voldoe je dus niet meer aan de VVPRbis-voorwaarden? Dan is een liquidatiereserve je enige optie om je winst aan een lager tarief uit je vennootschap te halen.
Twijfel je of dat voor jou het geval is? Vraag het even na bij je boekhouder (wij dus 👋).
Conclusie
Heeft je vennootschap winst gemaakt en twijfel je tussen VVPRbis of een liquidatiereserve om dat geld naar je privé te krijgen? Dan moet je jezelf eigenlijk maar één vraag stellen: ben je van plan om nog een tijdje door te gaan met je vennootschap, of ga je binnenkort stoppen? 🤔
Ga je nog even door, dan is VVPRbis de slimste keuze. Geen voorfinanciering, geen gedoe en vooral: meer controle over je geld. Weet je nu al dat je binnenkort gaat stoppen? Dan betaal je bij een liquidatiereserve enkel 10% en geen extra roerende voorheffing meer.
Twijfel je nog tussen VVPRbis of liquidatiereserve?
Stuur ons een WhatsApp’ke of plan meteen iets in onze agenda. Wij duiken met plezier (ja, écht!) in je cijfers en rekenen het voor je na. Zo hoef jij je alleen nog maar af te vragen wat je met die winst gaat doen. Reisje, iemand? 🌴
Woordenschatlijst voor niet-boekhouders
-
De winst die een vennootschap uitkeert aan haar aandeelhouders. In dit geval dus aan jou als bedrijfsleider.
-
Een reserve die je jaarlijks kan aanleggen vanuit de winst van je vennootschap. Je betaalt er meteen 10% belasting op, maar bij een latere stopzetting van je vennootschap betaal je geen extra belasting meer.
-
Het definitief stopzetten en ontbinden van een vennootschap. Alle bezittingen worden verkocht of uitgekeerd, en daarna houdt de vennootschap op te bestaan.
-
De belasting die je betaalt op inkomsten uit roerende goederen, zoals dividenden. In gewone mensentaal: de belasting die de fiscus inhoudt op het moment dat je winst uitkeert.
-
Een systeem waarmee je als bedrijfsleider dividenden kan uitkeren aan een verlaagd belastingtarief van 18%, als je vennootschap aan bepaalde voorwaarden voldoet.
-
De periode die je moet afwachten voor je van een bepaald belastingvoordeel gebruik kan maken. Bij de liquidatiereserve is dat 3 jaar per aangelegde reserve.