Geld lenen van je vennootschap: wat kost het (en hoeveel mag je eruit halen)?

Je zal het nooit anders weten: ‘t is putje winter en je verwarmingsketel begeeft het. Of je aanslagbiljet valt in de bus en valt toch nét iets hoger uit dan verwacht. 

Bon, van je spaarboekje dan maar zeker? Tot je ziet dat er nét niet genoeg opstaat. Gelukkig heeft je zakelijke rekening nog een buffer voor noodgevallen. Maar euh, mag je dat geld zomaar van je vennootschap lenen? 😬

Jep, dat mag. Maar omdat dat geld juridisch niet écht van jou is, maar van de zaak, is geld lenen niet gratis. Een beetje zoals bij de bank dus. En pak je ‘t verkeerd aan, dan betaal je meer dan nodig.

Hoeveel je eruit mag halen, wat het kost en hoe je ‘t daarna weer terugbetaalt? Dat zochten we voor je uit. Inclusief een rekenvoorbeeld met drie opties, zodat je meteen ziet welke je het minst kost. Zo hoef je deze winter niet in de kou te zitten. Oef! 😮‍💨

“Deze blog is gebaseerd op de cijfers en wetgeving van 23/10/2026. Bij wijzigingen zorgen we voor een nieuwe, geüpdatete blog.”
 

TL;DR

✔ Geld lenen van je vennootschap mag: via je rekening-courant als je het tijdelijk nodig hebt, of via een lening met vaste looptijd voor grotere bedragen over meerdere jaren.

✔ Er is geen maximumbedrag, maar je vennootschap moet haar eigen rekeningen kunnen blijven betalen, en jij moet het geld kunnen terugbetalen.

✔ Lenen kost geld: op een rekening-courant geldt voor 2025 een jaarlijks tarief van 5,57%.

✔ Je betaalt die intrest elk jaar, telt hem bij je schuld, of wordt belast op een VAA.

✔ Terugbetalen doe je met een overschrijving of via een dividend.

Hoe kan je geld lenen van je vennootschap?

Die buffer op je zakelijke rekening? Die mag je lenen als ‘t nodig is. Dat kan op twee manieren: eentje zonder en eentje mét afbetalingsplan. Al moet je dat geld in beide gevallen wel gewoon terugbetalen. Tja, ‘t blijft een lening, geen cadeautje natuurlijk.

Via je rekening-courant

Klinkt als een aparte rekening, is het niet. ‘t Is eigenlijk gewoon een manier om bij te houden wat jij en je vennootschap elkaar nog schuldig zijn. Een beetje zoals je zus die je concertticket (én die paar drankjes aan de toog) voorschiet en je er elke week vriendelijk aan herinnert dat je ‘t nog moet terugbetalen. 

Met je vennootschap is dat nét hetzelfde. Schrijf je die buffer over naar je privérekening? Dan komt dat bedrag op je rekening-courant te staan. Oftewel: je boekhouder noteert dat je ‘t geld later weer moet teruggeven. Betaal je ‘t niet meteen terug? Dan hangt daar ook een prijskaartje aan vast. Je vennootschap is nu eenmaal niet zo vrijgevig als je zus. 

Liever de lange uitleg? We schreven er een uitgebreide blog over.

Via een lening met vaste looptijd

Wil je liever een vast afbetalingsplan met een duidelijke einddatum? Dan kan je kiezen voor een lening met vaste looptijd waarin je vastlegt tegen welke intrest je leent én wanneer je ‘t terugbetaalt.

Die afspraken leg je vast in een leningsovereenkomst. Hoeveel intrest je precies rekent? Dat hangt af van de fiscale referentiepercentages. Voor leningen die in 2025 afgesloten zijn, ziet dat er zo uit:

  • Hypothecaire lening met vaste rentevoet: 3% per jaar

  • Lening om een auto te financieren: 0,26% per maand

  • Andere leningen zonder hypotheek: 0,52% per maand (of meer dan 6% per jaar)

De percentages voor 2026 zijn nog niet bekendgemaakt door de fiscus. Tot dan gelden die van 2025. Sluit je dit jaar nog een lening af? Dan gebruik je deze cijfers als leidraad.

Goed om weten: het referentiepercentage van het jaar waarin je de lening afsluit, blijft gelden voor de volledige looptijd.

Welke optie kies je?

Dat hangt af van het bedrag dat je nodig hebt en hoe snel je ‘t kan terugbetalen. Heb je tijdelijk wat extra nodig, zoals voor die kapotte verwarmingsketel of dat aanslagbiljet? Dan is de rekening-courant het handigst. Maar ook bij grotere bedragen is dit momenteel de slimste keuze. Op basis van de fiscale referentiepercentages voor 2025 betaal je via je rekening-courant namelijk minder intrest dan bij een lening met vaste looptijd. 

Geen garantie voor de toekomst natuurlijk, want de fiscus legt die percentages elk jaar opnieuw vast. Daarom bekijken we telkens samen wat op dat moment het voordeligst is. Wil je liever een vast afbetalingsplan met een duidelijke einddatum? Dan blijft een lening met vaste looptijd een goede optie.

Hieronder zoomen we verder in op de rekening-courant. Want hoe handig die ook is, zomaar onbeperkt geld opnemen? Da’s geen optie.

Hoeveel geld mag je lenen?

First things first: er bestaat géén maximumbedrag én dus ook geen sluitend antwoord op deze vraag. Ja, da’s ambetant, we know. Want hoe bepaal je hoeveel je aan jezelf mag uitlenen? Simpel: door jezelf deze drie vragen te stellen.

Kan je vennootschap haar eigen rekeningen betalen?

Een buffer op je zakelijke rekening is top! Die vangt meteen de klappen op als er een mindere maand passeert of als er onverwachte kosten opduiken. Denk aan je laptop die het plots begeeft of een fiscale controle die toch nog een extra rekening oplevert. En da’s exact waarom je niet zomaar eender welk bedrag naar je privérekening mag sluizen. 

Als bestuurder draag jij de verantwoordelijkheid voor je vennootschap. Klinkt serieus, is het ook. Want haal je er zoveel geld uit dat ze haar facturen niet meer kan betalen? En gaat ze daardoor failliet? Dan riskeer je dat je er persoonlijk voor opdraait. Auwtch.

Kan je het geleende bedrag terugbetalen?

Een lening blijft een lening: vroeg of laat betaal je ze terug. Haal je er zo’n groot bedrag uit dat je het privé onmogelijk kan ophoesten? Dan zit je met een probleem. Tja, de bank lacht er ook niet mee als je je hypotheek niet meer afbetaalt.

Je moet dus altijd kunnen aantonen dat het om een echte lening gaat en dat je effectief kan terugbetalen. Aan je vennootschap (want die draagt het risico) én aan de fiscus. Geef toe, die laatste wil je liever niet aan je deurbel.

Hou je rekening met de belangenconflictregeling?

Leen je geld van je vennootschap? Dan zit je aan beide kanten van ‘t verhaal: als privépersoon die het geld krijgt, én als bestuurder die het uitleent. Gevolg: een belangenconflict. Want wie houdt je tegen als je jezelf een iets té goeie deal geeft? 🙃

Leen je dus geld uit aan jezelf? Dan moet je daar een wettelijk verslag over opmaken. Daarin verklaar je dat je jezelf met die transactie niet persoonlijk verrijkt hebt ten nadele van je vennootschap. Check het dus even voor je zomaar geld uitleent aan jezelf. 

En hoe zit het met de intresten?

Wie geld leent van z’n eigen vennootschap, ontsnapt jammer genoeg niet aan de intresten. Of zoals ze ‘t in de reclames zo goed zeggen: “Let op: geld lenen, kost ook geld.” Het is dus geen nuloperatie.

Hoeveel intrest je precies betaalt? Daarvoor kijkt de fiscus naar wat banken aanrekenen aan particulieren. Voor 2025 is dat 5,57% per jaar. Het tarief voor 2026 ligt nog niet vast. Leen je bijvoorbeeld €15.000, dan gaat het om €835,50 per jaar.

En daar ontkom je niet aan. Rekent je vennootschap je minder of niets aan? Dan ziet de fiscus dat verschil als een voordeel (aka cadeautje) dat je krijgt van je vennootschap. En op dat cadeautje word je gewoon belast. 🎁

Hoe je met die intrest omgaat, bepaal je gelukkig wél zelf. Dat kan op drie manieren.

Optie 1: je betaalt de intresten elk jaar

De bekendste manier? Da’s elk jaar intresten betalen aan je vennootschap. Een beetje zoals bij de bank dus. Je schuld blijft staan, maar groeit niet verder. En het voordeel: omdat die intresten in je vennootschap belanden, kan je ze er na belastingen weer uithalen via een dividend.

Optie 2: je telt de intresten bij je schuld

Geen zin (of geen geld) om elk jaar intresten te betalen? Dan kan je met je vennootschap afspreken dat je ze later betaalt, samen met de rest van je schuld.

Je vennootschap rekent de intrest dus wel elk jaar aan, maar jij hoeft hem niet meteen te betalen. In plaats daarvan telt ze hem, uiterlijk op de laatste dag van het boekjaar, bij je rekening-courant. Omdat je de intrest uiteindelijk wél betaalt, ziet de fiscus dat niet als een voordeel. Je zit dus safe.

Het enige nadeel: je schuld wordt elk jaar groter. Bovenop het bedrag dat je leende, ben je nu ook nog eens die intresten verschuldigd.

Optie 3: je betaalt geen intresten, wel VAA

Nope, gewoon niks doen is geen optie. Maar er bestaat wel een alternatief. Je betaalt dan geen intrest, maar geeft in de plaats een voordeel van alle aard (VAA) aan.

Hoe dat precies werkt? Simpel:

1️⃣ Je betaalt die €835,50 intrest niet aan je vennootschap.

2️⃣ De fiscus ziet het als een cadeautje en telt het bij je inkomen.

3️⃣ Op dat inkomen betaal je belastingen, en in principe ook sociale bijdragen.

En je schuld? Die blijft gewoon staan.

Let op met het verlaagd tarief van je vennootschap

Vanaf 2026 mag je totale VAA niet meer bedragen dan 20% van je loon uit je vennootschap. Jep, daar horen die intresten via voordeel alle aard ook bij.

Ga je er toch over? Dan riskeert je vennootschap haar verlaagd tarief. Gevolg: 25% vennootschapsbelasting in plaats van 20%.

Voorbeeld: wat kost geld lenen van je vennootschap je écht?

Je kan dus kiezen: je intresten elk jaar betalen, ze bij je schuld tellen, of je laten belasten op een VAA. Maar welke optie is financieel het interessantst? Awel, omdat cijfers nog altijd meer zeggen dan woorden (schone leuze, hé), rekenden we het even voor je uit.

Stel: je leent €15.000 en houdt dat bedrag drie jaar bij. De intrest is 5,57% per jaar of €835,50. Hieronder checken we voor elke optie hoeveel het je kost. 

Let op: dit is een vereenvoudigd voorbeeld. Wat je écht betaalt, hangt af van je situatie, de tarieven die voor jou gelden en of je vennootschap een dividend mag uitkeren.

Elk jaar betalen Bij je schuld tellen Geen intresten, wel VAA
Wat je over 3 jaar betaalt €2.506,50 €2.648,70 €1.339,67
Wat je in totaal terugkrijgt €1.644,26 €1.737,55 €0
Je échte kost over 3 jaar €862,24 €911,15 €1.339,67
Gemiddelde kost 1,92% 2,02% 2,98%

Hoe komt dat? (Oftewel: de beknopte uitleg)

  • Elk jaar betalen: je betaalt €835,50 per jaar, samen €2.506,50. Dat geld belandt in je eigen vennootschap. Die betaalt er belasting op, maar kan de rest later als dividend aan jou uitkeren. Zo krijg je in theorie €1.644,26 terug.

  • Bij je schuld tellen: je schuld wordt elk jaar groter. Het tweede jaar betaal je dus intrest op €15.835,50 in plaats van op €15.000, en het derde jaar op nog iets meer. Daardoor loopt de intrest op tot €2.648,70. Ook hier krijg je via een dividend een deel terug.

  • Geen intresten, wel VAA: je betaalt belastingen op je voordeel, en je vennootschap betaalt er sociale bijdragen op. Dat geld zie je nooit meer terug.

In dit voorbeeld is elk jaar intresten betalen het voordeligst. Het verschil zit ‘m dus in waar het geld naartoe gaat. Betaal je intresten, dan belanden ze in je vennootschap en kan je ze na belastingen weer aan jezelf uitkeren. Laat je je belasten op dat voordeel? Dan betaal je extra belastingen én sociale bijdragen. 

Hoe betaal je het geleende geld terug?

Nog altijd mee tot hier? Top! Je weet nu hoe je met die intresten omgaat, maar hoe zit het met het geleende bedrag zelf? Want net zoals je zus haar geld voor dat concertticket terug wil, wil je vennootschap dat geld op een bepaald moment ook weer terugzien. Het geld terugbetalen kan op twee manieren: via overschrijving, of via een dividend.

Via een overschrijving

Da’s de simpelste manier: je schrijft het bedrag gewoon terug over van je privérekening naar je zakelijke rekening. Klaar! Je moet dat geld dan natuurlijk wel staan hebben. Heb je dat niet, dan kan je ‘t meestal op een andere manier oplossen.

Via een dividend

Hier keert je vennootschap winst aan je uit, maar dat geld komt niet op je privérekening. In plaats daarvan gaat het meteen naar je schuld. Zo hoef je zelf niks over te schrijven. 

Stel: je leende €15.000 en kan via VVPRbis een dividend uitkeren aan 18% roerende voorheffing. Om na die 18% nog €15.000 over te houden, moet je vennootschap een dividend van €18.292,68 uitkeren. Die €15.000 gaat rechtstreeks naar je schuld. 🙌

 

Let op: heb je genoeg winst of reserves?

Je schuld wegwerken via een dividend klinkt handig, maar is niet altijd een optie. Je vennootschap moet genoeg winst of reserves hebben die ze mag uitkeren. En bij een BV moet ze ook nog eens slagen voor de balans- en liquiditeitstest. Zorg dus dat je dat eerst laat checken, voor je zomaar een dividend uitkeert.

Mag je ook geld lenen om privé te beleggen?

Tot nu toe ging het enkel over geld lenen omdat je het privé nodig had. Bijvoorbeeld om die onverwachte factuur te betalen of om je verbouwing een handje te helpen. Maar wat als je dat geld niet écht nodig hebt en het gewoon privé wil beleggen in aandelen of ETF’s?

Het goeie nieuws: dat kan, maar de spelregels blijven dezelfde. Je betaalt dus opnieuw intrest of belastingen op een VAA, je vennootschap moet haar eigen rekeningen kunnen betalen én je moet het geld uiteindelijk terugbetalen. 

En daar zit meteen ook de catch: bij een belegging is je rendement nooit gegarandeerd. Zakken je beleggingen in waarde? Dan blijft je schuld even groot. Resultaat: een verlies én een schuld. Reken dus eerst uit of je die lening ook dan nog kan terugbetalen.

Conclusie

Of geld lenen van je vennootschap een goed idee is? Jep, zolang je ‘t slim aanpakt. Heb je tijdelijk wat extra geld nodig? Dan is je rekening-courant een handige optie. Wil je liever een vast afbetalingsplan met vaste einddatum? Dan kies je beter voor een lening met vaste looptijd.

Eén ding hebben ze allebei gemeen: geld lenen kost ook geld. Je betaalt dus sowieso intrest of belastingen. En lenen is geen uitkeren: wat je leent, betaal je terug.

Voor je dus enthousiast geld van je zakelijke rekening naar je privérekening sluist, check eerst deze drie dingen: kan je vennootschap dat geld missen, hoeveel kost het, en kan je het terugbetalen? Zo hoef je later geen nieuwe lening aan te gaan, gewoon om de vorige af te lossen. 🫣

 

Twijfel je of je geld kan lenen van je vennootschap?

Dan nemen wij er graag onze rekenmachine bij. Zo weet je snel of je vennootschap dat geld kan missen, welke optie je het minste kost én hoe je ‘t later terugbetaalt. Zodat die kapotte verwarmingsketel je geen koude rillingen bezorgt (letterlijk én figuurlijk). 🥶 Stuur ons gerust een WhatsApp’ke!

Woordenschatlijst voor niet-boekhouders

Volgende
Volgende

Camera, alarm of waakhond op je vennootschap: mag dat wel?