Waarom we twee jaar nee zeiden tegen bestaande vennootschappen

DON’T MIND THE FOUNDER: Domien Claeys

Na twee jaar mag ik hier eindelijk op de Kouter staan roepen: "Die van de boekhouding is er ook voor bestaande vennootschappen.” Ja, het heeft lang geduurd. Maar één ding kan ik nu al met zekerheid zeggen: we zijn verdomd blij dat we zo lang hebben gewacht. 

Of er de voorbije maanden niet vaak aan onze mouw werd getrokken? Toch wel. Dat kunnen die 1.000 mensen op de wachtlijst bevestigen. En ja, om de zoveel tijd verklaarde iemand ons ook nog eens ‘goe zot’ (ik verwijs graag nog even naar onze origin story). 

Maar zot zijn doet nog altijd geen zeer. Liever dat, dan half werk afleveren.

Oké, maar waarom zo lang wachten?

Twee redenen. Eén: omdat we het bewust niet wilden. We kozen vanaf dag één voor de snelste weg naar de markt. En dat bleken starters te zijn. Klinkt opportunistisch, maar net die focus deed ons zo snel groeien. En twee: omdat we er gewoon nog niet klaar voor waren.

Toen Tim (mijn co-founder) en ik in 2024 met ons idee afkwamen, keek de buitenwereld ons aan alsof we zeiden dat we naar Antarctica gingen verhuizen. En ik kan het hen niet kwalijk nemen. Want in zo’n klimaat een boekhoudkantoor uit de grond stampen, terwijl al de rest wordt opgekocht? En dan nog eens alleen voor startende managementvennootschappen? 

Tja, die “bonne chance” was misschien niet helemaal uit de lucht gegrepen.

Reden 1: weniger, aber besser

Wij wisten al vanaf het begin: hoe het vandaag draait, dat moet beter. En dus kozen we voor één niche én één type klant. Weniger, aber besser, zoals Dieter Rams het zei. Een slogan die hier nog nét niet boven ons bed hangt (of misschien wel, wie zal het zeggen). 

Het idee is simpel: hoe minder je aanbiedt, hoe beter je daarin kan worden. Vergelijk het met een restaurant: dat met vijf gerechten op de kaart doet het meestal beter dan dat met tachtig.

Focus nummer één? Starters. En da’s niet toevallig. Wie start, vindt vandaag niet zomaar een boekhouder. En wie er wél een vindt, weet vaak niet welk soort boekhouder hij eigenlijk nodig heeft. Wij wilden dat die eerste keuze meteen de juiste was. 

Starters hebben ook geen voorgeschiedenis of overdracht. Daardoor konden we alles samen opbouwen, vanaf nul. We luisterden, pasten aan en bleven verder ontwikkelen. Alles met maar één doel: het allerbeste accountantskantoor worden. 

Bold om dat te claimen, we know, maar een beetje ambitie mag, hé.

Reden 2: we waren gewoon nog niet klaar

Groeien is één ding, het goed doen is iets anders. Mochten we ‘t eerder gedaan hebben, dan waren onze processen nog ergens in mid-air aan het zweven. Of beter: half af. Ja, je kan dingen ook lanceren voor ze klaar zijn. Maar wij maakten er een punt van om de bestaande managementvennootschappen niet als proefkonijn te zien, maar als prijsduif.

Wij beloven liever niets dat we niet kunnen waarmaken. Geen grote woorden om dan achteraf maar de helft waar te maken. Nee, wij denken belachelijk goed na als we dingen doen. En dus zeiden we pas ‘ja’ wanneer we er écht klaar voor waren. Het goeie nieuws? Op 5 oktober was het zover.

Waarom dan nu wel?

Omdat we ons sinds de start toch maar mooi aan het bewijzen zijn (dit artikel in De Tijd vat het mooi samen). En omdat we die bestaande vennootschappen iets kunnen bieden wat ze vandaag nog vaak missen: een boekhouder die écht snapt wat ze doen. Managementvennootschappen vragen nu eenmaal een andere aanpak. En die kennen wij ondertussen als onze broekzak.

Onze processen? Die staan. Ons team? Dat ook. Het feit dat we vandaag ‘ja’ kunnen zeggen? Da’s zonder twijfel dankzij hen. Twee jaar geleden zaten we nog met een handvol in het Wintercircus, vandaag wordt het ook op de Kouter stilaan te krap (en we blijven collega’s zoeken). We zijn er dus nog niet. Maar we zijn wel meer dan klaar voor de volgende stap. 

 

Klaar voor de overstap?

Heb je al een vennootschap en wil je overstappen? Dat kan vanaf nu. Alles wat je moet weten, vind je hier. Of stuur ons een WhatsApp’ke (ja, dat kan gewoon). 

Stond je op de wachtlijst? Dan kreeg je twee weken terug al een mailtje.  😉

 
Volgende
Volgende

Ondernemen met je vennootschap in oprichting: mag dat eigenlijk?