Beleggen met je vennootschap: zo vermijd je extra belasting

Heb je dit jaar wat extra cashreserve opgebouwd, en wil je dat graag slim beleggen? Goeie reflex! Want dat geld gewoon laten staan op je vennootschapsrekening, daar word je jammer genoeg niet rijker van. 🫠

Maar let op: overschrijd je onbewust één fiscale grens, dan betaal je plots meer belastingen dan nodig. En da’s zonde van je zuurverdiende centen.

In deze blog leggen we je helder uit hoe beleggen met je vennootschap fiscaal werkt in België: 

✅ Waar zitten de valkuilen? 

✅ Welke beleggingen tellen wél en niet mee? 

✅ En op welk moment kijkt de fiscus mee? 

Zodat je bewuste keuzes maakt en niet per ongeluk de fiscus trakteert, in plaats van jezelf.

PS: Deze blog is gebaseerd op de cijfers en wetgeving van 16/01/2026. Bij wijzigingen zorgen we voor een nieuwe, geüpdatete blog.
 

TL;DR

Beleggen met je vennootschap kan, zolang je het verlaagde vennootschapstarief van 20% niet in gevaar brengt.

De 50%-regel is cruciaal: de waarde van je aandelen mag niet hoger zijn dan 50% van je eigen vermogen.

Let op welke beleggingen meetellen, en welke niet (Beveks ≠ fondsen).

De fiscus kijkt maar op één moment: de laatste dag van je boekjaar.

Vergeet je loon als bestuurder niet: keer jezelf minstens €50.000 bruto uit.

Het verlaagd tarief vennootschapsbelasting: hoe zit dat weer?

Heb je een Belgische vennootschap? Dan betaal je in principe 25% vennootschapsbelasting. Val je onder de noemer ‘kleine vennootschap’ (KMO)? Dan is er goed nieuws: op de eerste €100.000 winst betaal je slechts 20%. Da’s een voordeel tot €5.000 per jaar. Niet slecht.

Dat verlaagde tarief krijg je alleen als je aan bepaalde voorwaarden voldoet. En jawel, je beleggingsportefeuille is er één van. Beleg je met je vennootschap te veel in aandelen? Dan beschouwt de fiscus je als een ‘financiële vennootschap’. Gevolg: bye bye 20%, hallo 25% vanaf de eerste euro winst. 😬

Beleggen met je vennootschap kan dus perfect, zolang je de spelregels volgt. In de volgende hoofdstukken ontdek je stap voor stap waar je op moet letten.

 

Beleggen met je vennootschap: is dat wel slim?

Awel, goeie vraag. Want je kan toch ook gewoon privé beleggen? Omdat we die vraag al vaker kregen, schreven we er in ‘t verleden al een aparte blog over. Daarin leggen we je helder uit wanneer beleggen via je vennootschap slim is, én wanneer je ‘t beter privé doet. 


👉 Lees hier: beleggen in je vennootschap of privé?

Wanneer wordt beleggen met je vennootschap een probleem?

Kies je er bewust voor om te beleggen met je vennootschap? Dan is er één belangrijke grens die je nauwlettend in ’t oog moet houden: de 50%-regel. Of beter: de waarde van je aandelen mag niet hoger zijn dan 50% van je eigen vermogen.

Je eigen vermogen is het kapitaal dat je in je vennootschap stopte, aangevuld met de reserves die je doorheen de jaren hebt opgebouwd.

Blijf je onder die grens? Dan is er geen probleem. Ga je erover? Dan ben je volgens de fiscus niet langer een kleine vennootschap maar een financiële vennootschap. En dan mag je dat verlaagd tarief op je buik schrijven.

👉 Belangrijk detail: de fiscus kijkt altijd naar de historische aankoopwaarde van je aandelen, niet naar de actuele beurskoers. Stijgen of dalen je aandelen in waarde? No worries. Zolang je bij je aankoop onder de grens blijft, is er niks aan de hand.

Welke beleggingen tellen mee en welke niet?

Je zou kunnen denken: zolang je onder die 50%-regel valt, zit je safe. Maar da’s in ons Belgenlandje helaas niet zo eenvoudig (surprise, surprise). Niet elke belegging telt fiscaal op dezelfde manier mee, en sommige beleggingen wegen zwaarder door dan je zou verwachten.

Maar first things first: wat telt mee, en wat niet?

Beleggingen die niet meetellen

Koop je een kantoorpand? Of parkeer je geld op een termijnrekening? Dan ziet de fiscus dat niet als beleggen in aandelen, maar als normaal beheer van je vennootschap. En dus tellen ze ook niet mee voor die 50%-regel. 

Beleggingen die wél meetellen

Koop je met je vennootschap aandelen van beursgenoteerde bedrijven (zoals Proximus of Amazon)? Of stap je in een aandelenfonds? Dan tellen die voor 100% mee in de berekening. Belgisch of buitenlands, korte of lange termijn. Aandelen zijn aandelen. Punt. 🤷

 

Uitzondering: participaties

Heb je minstens 75% van een andere vennootschap in handen en stuur je die ook effectief mee aan? Dan spreken we niet over beleggen, maar over ondernemen

Gevolg: die aandelen tellen niet mee voor de 50%-regel. Je kan daarnaast dus gerust een deel van je cashreserves in beleggingen stoppen.

Verschil tussen een beleggingsvennootschap en -fonds

Op papier lijkt het duidelijk. Gaat het over individuele aandelen of een aandelenfonds? Dan tellen ze mee voor de 50%-regel. Maar er zit een serieuze adder onder het gras: de juridische structuur van je belegging. 🐍 En daar zien we het bij ondernemers het vaakst foutlopen.

Check op voorhand dus goed of het om een beleggingsvennootschap of een beleggingsfonds gaat. Want dat verschil is belangrijker dan je zou denken.

Beleggingsvennootschappen (Beveks / SICAVs)

Een Bevek is juridisch gezien een vennootschap. Koop je daarin, dan koop je dus een aandeel van die vennootschap. De fiscus kijkt daarbij niet naar wat er in de Bevek zit, maar naar wat jij juridisch bezit.

Heb je bijvoorbeeld een gemengd Bevek met 50% aandelen en 50% obligaties? Dan telt de volledige waarde van je participatie voor 100% mee als aandelen. Zelfs als die Bevek uitsluitend in obligaties of andere vastrentende effecten belegt. 😬

Beleggingsfondsen (FCP / gemeenschappelijk beleggingsfonds)

Een beleggingsfonds heeft géén rechtspersoonlijkheid en is fiscaal transparant. In tegenstelling tot Beveks, kijkt de fiscus hier niet naar het fonds zelf, maar naar de beleggingen die erin zitten.

Belegt zo’n fonds voor 40% in aandelen en 60% in obligaties? Dan telt ook maar 40% mee voor die 50%-grens. Hier weegt dus alleen het aandelenluik door, niet het volledige bedrag dat je investeert. En dat maakt in de praktijk een wereld van verschil. 

Wanneer beoordeelt de fiscus je beleggingen?

De fiscus kijkt (gelukkig) niet het hele jaar door naar je beleggingen. Het enige moment dat telt, is de laatste dag van je boekjaar. Meestal is dat 31 december. 📅

Om te bepalen of je onder de 50%-regel valt, vergelijkt de fiscus pas op dat moment de waarde van je aandelen met je eigen vermogen. Alles wat daarvoor gebeurt, speelt voor dat boekjaar in principe geen rol.

Dat maakt plannen tegelijk eenvoudig én lastig. Er is namelijk maar één moment waarmee je rekening moet houden. Maar omdat je eigen vermogen mee evolueert met je winst, heb je niet altijd een perfect zicht op hoeveel ruimte je hebt om te beleggen zonder die grens te overschrijden. Bouw dus altijd wat marge in. 

 

💡 Belangrijk: zit je tijdens het jaar even boven die 50%-grens? Geen paniek. Zolang je vóór het einde van het boekjaar maar weer onder die grens zit. Twijfel je? Check het eerst met je boekhouder voor je de aandelenwereld induikt. Onze lijnen staan open!

De impact van je loon op je beleggingen

Denk je nu: ’t zit wel goed met die 20% vennootschapsbelasting want m’n beleggingen zitten onder die 50%-grens? Niet per se. Want er is nog een voorwaarde waar de fiscus graag naar kijkt: je loon als bestuurder.

Om van het verlaagde tarief van 20% te kunnen genieten, moet je jezelf namelijk voldoende loon uitkeren. Vanaf 2026 betekent dat concreet: minstens €50.000 bruto per jaar, tenzij je winst lager ligt. Doe je dat niet, dan verlies je het voordeel. Ook al zit je perfect onder die 50%-grens met je beleggingen.

Net gestart met je vennootschap? Dan is er goed nieuws. 🙏 Tijdens de eerste vier boekjaren geldt die minimunloonregel nog niet. Handig om rustig wat reserves op te bouwen.

Conclusie

Beleggen met je vennootschap kan een slimme zet zijn. Maar let op: pak je het niet doordacht aan, dan kan je dat verlaagde tarief van 20% vennootschapsbelasting zomaar verliezen. Jep, da’s pijnlijk. 😬

In België gaat ’t namelijk niet alleen over hoeveel je belegt, maar ook over wat je belegt, via welke structuur en wanneer de fiscus meekijkt. Hou je rekening met de 50%-regel, kies je de juiste soort beleggingen en keer jezelf voldoende loon uit? Dan zit je goed.

 

Twijfel je of je beleggingsplan klopt?

Laat het checken door je favoriete boekhouder (aka ons team) en zorg ervoor dat je alle spelregels netjes volgt. Want terug naar start is toch nét iets minder tof in ’t echt dan tijdens een potje Monopoly. 🎲

Plan een gesprek in

Woordenschatlijst voor niet-boekhouders

  • Effecten die een deel van het kapitaal van een vennootschap vertegenwoordigen. Koop je aandelen met je vennootschap, dan kan dat impact hebben op het verlaagde tarief.

  • Een fonds dat (deels of volledig) belegt in aandelen. Afhankelijk van de juridische vorm telt dit volledig of gedeeltelijk mee voor de 50%-regel.

  • Een fonds zonder rechtspersoonlijkheid. Fiscaal transparant: de fiscus kijkt naar de onderliggende beleggingen. Alleen het aandelenluik telt mee.


  • Een vennootschap die belegt. Koop je hierin, dan koop je aandelen van die vennootschap. Gevolg: de volledige waarde telt mee voor de 50%-regel, ongeacht waarin de Bevek belegt.

  • De periode waarover je vennootschap haar cijfers bijhoudt. Meestal loopt dit van 1 januari tot 31 december, maar dat hoeft niet.


  • Een vennootschap die volgens de fiscus niet meer hoofdzakelijk onderneemt omdat de waarde van haar aandelen meer dan 50% van het eigen vermogen bedraagt. Gevolg: verlies van het verlaagde tarief van 20% vennootschapsbelasting.

     


  • De oorspronkelijke aankoopprijs van je aandelen. Die waarde gebruikt de fiscus om de 50%-regel te beoordelen, niet de actuele beurswaarde.


  • Een vennootschap die aan bepaalde voorwaarden voldoet en daardoor recht kan hebben op het verlaagde tarief van 20% vennootschapsbelasting.


  • Het brutoloon dat je jezelf uitkeert als bedrijfsleider. Om het verlaagde tarief te behouden, moet dit minstens €50.000 bedragen (tenzij je winst lager is).


  • Het bezit van aandelen in een andere vennootschap. Heb je minstens 75% en stuur je het bedrijf mee aan, dan telt deze participatie niet mee voor de 50%-regel.


  • Fiscale regel die bepaalt dat de waarde van je aandelen niet hoger mag zijn dan 50% van je eigen vermogen om het verlaagde tarief te behouden.


  • Belasting die je vennootschap betaalt op haar winst. Het standaard tarief is 25%, het verlaagde tarief 20%.


  • Een gunstig tarief vennootschapsbelasting voor KMO’s die aan alle voorwaarden voldoen, waaronder de 50%-regel en het minimumloon.


Volgende
Volgende

Bedrijfsfiets in je vennootschap: zo haal je er maximaal voordeel uit